Burgerzin – iets anders is er niet

Een mooie december-vrijdagavond in de Provincie Luxemburg. Schrijfster dezes en haar echtgenoot rijden rustig door enkele slaperige dorpjes op weg naar een heerlijk lang weekendje bij familie. Het is al donker maar het vriest nog niet. We kennen de onverlichte weg zowat van buiten, weten waar gas te geven (je mag er 70, de meesten gooien er 10 bovenop) en waar af te remmen (verraderlijke bochtjes). Net na zo’n bocht rijden we het dorpje Chanly binnen – en zien veiligheidsvestjes oplichten in het licht van onze koplampen.

 Mensen staan gebaren te maken -afremmen ! Een zielige 4X4 ligt op z’n kant in het midden van de weg dat met tuinmuurtjes omzoomd is, een TEC-bus staat even verder geparkeerd. Het is niet moeilijk te raden wat er hier gebeurt is. Omstaanders met veiligheidsvestjes aan staan ofwel hulp te bieden aan de inzittenden van de 4X4 ofwel het verkeer te regelen.

Inderdaad. Te regelen.

Er staat een man in jeansbroek, trui en veiligheidsvestje die ons door middel van gebaren vriendelijk aanmaant eventjes halt te houden en het tegenoverliggende verkeer door te laten. Na een korte poos worden die tot stoppen gebracht door iemand anders en loopt de eerste persoon door naar het wrak om ons erdoor te laten en langs de (toch wel) nauwe doorgang tussen wrak en muurtje te loodsen. Iedereen is geduldig. Iedereen is vriendelijk. Geen getoeter, geen geknipper met de lichten. En ook geen blauwe zwaailichten, tot grote verbazing van mijn halve trouwboek.

Eenmaal op onze bestemming aangekomen (wij zijn niet blijven helpen omdat er al genoeg mensen bezig waren en na een bepaald aantal loopt de rest toch in de weg) legt mijn moeder uit dat het inderdaad normaal is dat in deze streek mensen inspringen in geval van nood. “Het is vrijdagavond,” zegt ze, “en dan is de politiepost in Tellin gesloten. De dichtsbijzijnde agent is dan in Rochefort… als je hem te pakken kunt krijgen aan de telefoon natuurlijk.” Het heeft haar ooit 3 dagen gekost om de politie te verwittigen omtrent een gevonden hond. Normaal in deze streek, glimlacht ze zuur. En geen ambulance ? Het dichtsbijzijnde ziekenhuis is een half uur rijden voor gewoon verkeer, een ambulance zal dus pas ten vroegste over een kwartier op de plaats van het ongeval kunnen arriveren. Als die al niet elders nodig was. Dat enige officiële hulp niet snel ter plaatse kan komen vindt men hier normaal.

En even normaal is dat de burgers hier zich zonder morren en gezwind aan hun burgerplichten wijden, hun gevoel voor burgerzin aangescherpt door het gemis aan hulpdiensten en officiële instanties. Hier komt geen ambulance binnen de 5 minuten, hier spreken ze van kwartieren. Men helpt elkaar wanneer nodig. Iemand de arm afgerukt door een landbouwmachine ? De buren springen bij. Ongeval op de weg ? Andere bestuurders parkeren vlakbij en komen helpen terwijl bewoners van de dichtsbijzijnde huizen toesnellen. Inbraak ? Je wordt getroost terwijl men wacht op de politie, of op inbrekers gaat jagen. En dat laatste werkwoord mag u letterlijk nemen. Iedereen weet: de volgende keer zou jij het slachtoffer kunnen zijn. Dat is de grondslag van burgerzin: altruïsme geïnspireerd door een gezonde dosis egoïsme. En het helpt dat we hier te maken hebben met kleine gemeenschappen die soms geïsoleerd raken door de natuurelementen (iedereen hier zat bijvoorbeeld vorige Kerstmis ingesneeuwd) waardoor ze wel op elkaar moeten terug kunnen vallen en waar de meeste mensen elkaar toch kennen.

Maar toch… hier zou het hele land een voorbeeld aan moeten nemen. In de rest van België is het een gejacht en gejaag, waarbij de minste geringste vertraging op de weg kan rekenen op scheldkannonades en zelfs verkeersagressie. Schrijfster dezes had in oktober een verkeersongeval. Ik lag op straat te bloeden en pijn te lijden en een vrachtwagen wou mordicus tòch langsrijden, wou niet wachten tot de ambulance mij had weggehaald. Ik herinner mij nog steeds met afschuw dat ik hulpeloos op de grond lag terwijl die gigantische wielen op amper enkele centimeters van mij langsdraaiden, terwijl omstaanders de chauffeur smeekten om nog even te wachten. Ik moet wel zeggen dat alle andere chauffeurs, zelfs die van een Lijnbus, rustig bleven wachten, en dat verschillende mensen onbaatzuchtig hulp hebben geboden. Ik schaam me nog altijd verschrikkelijk dat ik op die lieve mevrouw haar jas heb gebloed, die ze zo vriendelijk om mij heen had geslagen om mij warmte te bieden.

Mijn ongeval was veroorzaakt door het ongeduld van een autobestuurder aan een plaatselijk stoplicht dat er wegens werken aan een spoorwegbrug stond. Dat stoplicht was geplaatst nadat enkele dagen voor mijn ongeval er een vechtpartij was tussen een andere autobestuurder en 2 vrachtwagenbestuurders aan diezelfde werken. De vrachtwagen had moeite om onder de spoorwegbrug en langs die werken te manoevreren en de autobestuurder had blijkbaar een probleem met eventjes te wachten. Hij sprong uit de auto om van zijnen tak te maken, waarop de truckschauffeur èn zijn even breedgeschouderde bijrijder ook uitstapten. Ik vraag mij af of deze autobestuurder zijn veiligheidsvestje zou hebben aangetrokken om hulp te bieden als het een ongeval was geweest in plaats van een truck die moeilijk doorgang had ? Of zou hij doorrijden, zijn geweten gesust door de wetenschap dat de politie toch snel ter plaatse zal zijn ?

Soms loont het de moeite om te kijken naar je medemens en je af te vragen: ga ik diens hulp ooit nodig hebben ? Ook dat is de basis van burgerzin. Vooral als er niets anders is.

Tags: ,

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.