Het Koninkrijk der Belgen werd al eens omschreven als een zieke oude man. Het is een fysiek vaststaand feit dat de monarch van dit koninkrijk een oude man is, vermoedelijk ook ziek. Maar meer dan ooit kan men concluderen dat de jaarlijkse 21-juli toespraak van onze vorst dit jaar onzes Heeren 2011 een zielige oude man liet zien, die onmachtig staat bij gebeurtenissen die hij niet in de hand heeft, maar die er wel van afhankelijk is wat betreft zijn toekomst en dat van zijn kinderen.
Het is niet moeilijk om het probleem te zien: Albert De Tweede Van Die Naam moet de boedel bijeen zien te houden – zowel de boedel van zijn dynastie als de boedel van zijn koninkrijk. En telkens weer stuit hij op problemen, al dan niet veroorzaakt door tegendraadse kinderen. En telkens weer kan hij alleen maar raad geven, discreet bijsturen, en vooral onpartijdig lijken.
Want een mens is altijd partijdig. Daarom is een constitutionele monarch zoals Albert II gekluisterd aan bepaalde passages in de Grondwet die hem beletten om direct tussenbeide te komen en zijn eigen visie aan alle betrokken partijen op te leggen. Op die manier poogden de oorspronkelijke opstellers van die Grondwet ons land te vrijwaren van het despotisme dat we uit de Middeleeuwen kennen, waarbij een koning zijn volk aan diens grillen en wanen onderwierp. En toch heeft onze monarch achterpoortjes, toch kan hij het politieke proces wel degelijk een bepaalde kant uitsturen. En dan moeten we vooral bij de belangen van de monarch gaan kijken. Het is duidelijk dat de man moet proberen om zijn inkomen en dat van zijn familie in stand te houden. Het is daarom ook duidelijk dat hij bepaalde politieke processen in zijn land om die redenen liever niet ziet plaatsvinden. Maar volgens de Grondwet mag hij niet actief tussenbeide komen, hoogstens een predikend vingertje opheffen tijdens een toespraak die vooraf door de Eerste Minister goedgekeurd dient te worden. De toespraak op 20 juli 2011 is dan ook verbazingwekkend wegens de -letterlijk- gebalde vuist. Het beeld is duidelijk… De man kan niet meer, hij heeft er genoeg van: waarom kunnen die domme politici maar niet inzien dat alleen toegevingen dit land bijeenhouden ?
Van oudsher, sinds de oprichting van dit land in 1830, hebben de Franstaligen de leiding gehad. Tijdens de eerste eeuw van het Koninkrijk der Belgen was het Frans de voertaal van alle kringen van belang in dit land: het Hof, het Gerecht, het Hoger Onderwijs, de Kerk, zelfs de Industrie en de Administratie. Waarom een bende boerkes toch zo heftig protesteerde om hun wartaal erkend te zien als evenwaardig aan het Frans (en dus als nationale landstaal) was en (is nog steeds) in heel wat hoge kringen in België een raadsel. Waarom deze boerkes af wilden van het welwillende centrale bestuur uit Bruxelles heeft hen ook al menigmaal de wenkbrouwen doen fronsen. Men gaf hen dan maar enkele morzelkes om hen de mond te snoeren: Nederlands als officiële taal naast Frans (en Duits !!!), Nederlandstalig hoger onderwijs, een eigen gewest/gemeenschapsregering die mocht beslissen over onderwijs enzo… Maar in ruil daarvoor moesten de boerkes natuurlijk wel begrijpen dat ze dankbaar mochten zijn dat het gebeurde, en door hun inschikkelijkheid te tonen voor deze largesse deze dankbaarheid om te zetten in duidelijke politieke daden. Met name: mee helpen bouwen aan het status quo. Geen eisen, wel toegevingen.
Dat we nu anno 2010-2011 meer dan ooit een duidelijk bewijs hebben dat de landsdelen met Nederlandstaligen en met Franstaligen elks een totaal andere visie op economisch en maatschappelijk beleid hebben is een koude douche voor hen die het anders wensten. Het status quo werd trouwens doorbroken: een Vlaamse politicus durfde “non” te zeggen tegen Franstalige eisen. Hoe men ook probeerde dit sujet te demoniseren, hij bleef halstarrig zich aan een verkiezingsbelofte houden. Echt, je moet maar durven, zoiets ondenkbaars !
En de koning moest lijdzaam toezien hoe dit beginselvaste parvenu de meeste stemmen haalde in het Nederlandstalig gebied en daarmee zich een machtspositie verwierf waardoor hij het status quo kon verstoren. Zijne majesteitelijkheid heeft hier een zware dobber aan, maar heeft bondgenoten gevonden om hem bij te staan in deze moeilijke tijden: het status quo gloort nog aan de horizon ! En welke interessante evolutie hebben wij wel niet zien gebeuren om deze situatie mogelijk te maken ?
2 feiten:
- Een eeuw geleden zou het ondenkbaar hebben geleken dat de Koning Der Belgen voor zijn voortbestaan en dat van zijn dynastie afhankelijk zou zijn van… Socialisten.
- Een halve eeuw geleden waren het de Vlamingen die de dynastie gered hebben door bij de volksraadpleging een meerderheid te vormen ten voordele van Leopold III.
Nu is het andersom… Het zijn de Socialisten die godbetert de troon overeind houden, het zijn de Vlamingen die een voortbestaan van de status quo niet zien zitten. Maar dit vergt een diepere analyse… het is zo gemakkelijk gezegd, maar minder gemakkelijk uiteengezet ! Zoals met alles in dit kronkelland ligt de waarheid helemaal niet zwart-wit vastgelegd, noch in het midden. Er zijn talloze factoren en belangen in vermengd en op het eerste zicht onwaarschijnlijke invloeden doen zich gelden. Laat ons eens een paar ervan bekijken:
- De Franstalige Socialisten leven heden ten dage volgens een logica die uit te leggen valt als: de Staat betaald om iedereen te helpen, het geld daarvoor moet gehaald worden bij hen die het kunnen betalen. Dit vormt in een notendop de logica dat zij die werken en geld verdienen moeten opdraaien voor het onderhoud en de kosten van zij die niet werken. De Socialisten noemen dit “solidariteit” en menen dat dit systeel mordicus moet beschermd en instandgehouden worden. Enkele Nederlandstalige partijen verschillen met hen van mening: men kan inderdaad tijdens zijn/haar actieve leven (de beroepsjaren) tegenslag ondervinden en tijdelijk niet in het eigen onderhoud (en dat van de familie) kunnen voorzien. Dat daarvoor een opvangnet wordt instandgehouden, trouwens door bijdragen van hen die werken, is logisch en menselijk. Maar de menselijkheid stopt bij hen die besluiten dat gaan werken niet de moeite is en liever bljiven ontvangen zonder er moeite voor te moeten doen. Op den duur ontstaat er een klasse van beroepswerkelozen die parasiteert op de rest van de samenleving, immers: het geld en de middelen dat zij opsoupeert gaat ten kosten van het geld en de middelen bestemd voor hen die het ècht nodig hebben: zieken, gehandicapten, gepensioneerden… De taart is maar zó groot, maar als er meer gegadigden zijn moet het in meer stukken verdeeld worden. Het nieuwe proletariaat is niet meer de “bezitsloze klasse” maar de “werkloze klasse”. De vraag blijft echter of deze zich als onderdrukt moet beschouwen aangezien ze volledig wordt onderhouden door de andere klasses. Wat is het tegendeel van “onderdrukt zijn” ? En hoe noemen we hen die verplicht worden om anderen te ondersteunen ?
- De Vlamingen zijn vroeger koningsgezind geweest: deze bevolking was van oorsprong grotendeels Katholiek opgevoed en bij deze opvoeding hoorde een haast religieuze eerbied voor Vorst en Dynastie. Een flink stuk van de laatste 2 generaties Vlamingen echter heeft zich losgemaakt van de Kerk (mede onder invloed van links-voelende ’68-ers die actief het onderwijs en de pers in handen wilden hebben om hun ideeëngoed aan de jeugd en de rest van de bevolking over te brengen) en beleeft die eerbied niet meer. Gek genoeg wordt hiermee de huidige Linkse strategie om het koningshuis in stand te houden ondermijnd.
- Tijdens de eerste helft van het bestaan van dit land lag de financiële en materiële rijkdom in het Franstalige gedeelte, terwijl tegenwoordig de grootste economische slagkracht bij de Vlamingen ligt. Dit is een generalisatie maar dient om mijn betoog te illustreren. Veel Franstaligen klagen dat de Vlamingen op hen neerkijken en het is de plicht van het Nederlandstalige gedeelte om de minder economisch-succesvolle landsgedeeltes mee te ondersteunen. Vlamingen hebben echter een geheugen: zo’n geldstroom heeft nooit plaatsgevonden toen Wallonië nog de drijfveer van onze nationale economie vormde. Of toch zeker niet in die mate die we vandaag de dag zien gebeuren. Bovendien, kan de Vlaamse kant argumenteren, hadden we veel minder werkelozen en gingen veel Vlamingen naar Wallonië (of Frankrijk) om daar te gaan werken. Een interessant socio-economisch feitje dat helaas geen tegenhanger in de huidige tijd kent.
- Iedereen die het over Vlaamse onafhankelijkheid durft te hebben wordt onmiddelijk rond de oren geslagen met “Joegoslavische burgeroorlog”. Niemand verwijst naar Tsjecho-Slowakije. Toch is er in beide gevallen een opdeling van een natie in kleinere naties voorgevallen. Maar in de ene met een burgeroorlog, in de andere vreedzaam. Niemand praat trouwens over Zuid-Soedan dat vorige week onafhankelijk is geworden. Waarom niet ? Oh ja, men zit nog te wachten op de -volgens velen onvermijdelijke- burgeroorlog. Er zal alleen een burgeroorlog zijn als een van de betrokken volkeren de wapens opneemt, of besluit om leden van een ander volk op hun grondgebied te verwijderen. Maar dat is een logica die men niet wilt zien. Een andere logica dat men aanhaalt is dat 1 van de opgesplitste nieuwe naties vast en zeker zal verarmen. Het is waar dat het in Slowakije slechter gaat dan in Tsjechië, en dat was vóór de opdeling al zo dus Wallonië zit wat dat betreft met een visademke te wachten. Maar Slowakije is niet failliet gegaan. En andere “kleine” naties in Europa en de rest van de wereld boeren ook niet slecht. Waarom wij in de wereld zwaarder zouden wegen met 10 miljoen inwoners dan met 6 miljoen bljift mij een raadsel. Hoeveel inwoners heeft Zwtserland ? Of Monaco ?
Maar uiteindelijk draait onze politieke crisis rond 1 belangrijk twistpunt: financiële verantwoordelijkheid. De Vlamingen willen de tering naar de nering kunnen zetten (ook als dit inhoudt dat wij het financieel wat moeilijker zullen hebben), willen dat de overheden zorgvuldiger omspringen met inkomsten en uitgaven en daartoe ook de macht moeten kunnen hebben op regionaal niveau. Maar de Walen zien dat anders: zij zien de plicht van de gemeenschappen/gewesten om de federale staat financieel te ondersteunen, en daarbij mogen vooral hun eigen gemeenschap en gewest niet armer worden. Vlamingen zien de “solidariteit” niet zitten, Walen hebben een afkeer voor “verantwoordelijkheid”. Zolang de (momenteel) grootste Vlaamse partij blijft weigeren om van hun standpunten (en in hun ogen hun verantwoordelijkheid) af te zien zal deze politieke crisis voortduren. Maar je kunt het ook anders zien: zolang de Franstalige partijen weigeren in te zien dat hun huidige socio-ecomisch beleid nefast is voor onze nationale economie zal deze politieke crisis voortduren. Het is wachten op de partij die toegeeft, exact wat de koning in zijn toespraak vandaag eiste. Het is echter nog de vraag of hij tevreden zal zijn met het resultaat… want als de Franstaligen toegeven loopt het status quo weer -en meer- gevaar. Het moge duidelijk wezen aan welke kant de majesteitelijke voorkeur ligt. Het is een publiek geheim dat hij een regering met daarin een Vlaams-Nationalistische partij als des duivels beschouwt en liever niet ziet gebeuren. Dat hij daarmee een niet onaanzienlijk deel van de Nederlandstalige bevolking schoffeert zal hem echter een zorg wezen. Het is een even publiek geheim dat de NVA republikeins is en het koningshuis liever afgeschaft ziet.
De koning, zielige oude man, ziet dus vooral zijn dynastie roemloos verdwijnen in de gapende muil van de geschiedenis. Maar wat geeft hem, geboren in zijn functie, het recht om met door emotie bevende stem en met gebalde vuist de door ons verkozen politici de les te lezen over de juiste manier om dit land te besturen ?
Tags: 21 Juli, Albert II, toespraak koning