Voortbordurend op mijn eerdere blog (“Wet van de sterkste”) trek ik een stukje denkoefening een stapje verder. Iemand in mijn vriendenkring merkte als reactie op die eerdere blog op dat men hier in Europa maar de Sha’ria moest invoeren, dan zouden de relschoppers van een zekere etnisch/religieuze strekking wel snel anders fluiten. Ik vrees echter dat het niets zal oplossen, integendeel…
Het probleem met de Sha’ria is dat het geen “wetboek” is zoals wij die hier in Europa kennen. Het omvat wel regels die allerlei zaken moeten regelen, zoals erfenissen, goed gedrag, financiële transacties en dergelijke. Maar het is geen klare en duidelijke verzameling van wetten en vaststaande strafbepalingen: de rechters die volgens de Sha’ria recht spreken zijn eigenlijk vrij om hun eigen interpretatie aan de feiten en de bepaling van de strafmaat te geven. Schopt zo’n “jongere” rel en is hij goedgebekt genoeg of goedgeboren genoeg, dan kan hij zich eruit praten en/of kopen. Dat laatste doet ons Westerlingen met een huivering terugdenken aan Middeleeuwse praktijken toen zij die macht en geld hadden eigenlijk quasi-onbeperkt hun gang konden gaan. Ons wetsstelsel verbiedt dus zulke zaken omdat het intrinsiek onrechtvaardig is. Maar de Sha’ria juist niet. Heeft een Moslim iets gedaan wat schade toebracht aan een niet-Moslim, dan gaat hij sowieso al vrijuit. Was de benadeelde een Moslim dan kan de Moslim-dader rekenen op de mogelijkheid om zich uit te kopen. Maar als deze arm is, dan heeft hij een probleempje natuurlijk. En dan zwijg ik over de niet-Moslim dader en wat deze mag verwachten…
Voer de Sha’ria in in een land naast de eigen rechtspraak en je zult snel genoeg conflicten tegenkomen… want als bij een misdaad zowel een Moslim als een niet-Moslim betrokken zijn, op wie zal de Sha’ria dan betrekking hebben ? Op beiden ? Maar dat kan toch niet ? De Sha’ria zou toch alleen van toepassing op Moslims zijn ? En wanneer je ze toepast op niet-Moslims moet je er maar genoegen mee nemen dat deze niet-Moslims eigenlijk niet dezelfde rechten hebben als de Moslims. Aangezien onze Europese wetten zulke discriminatie verbieden vormt de invoering van de Sha’ria alleen al daarom een ernstig probleem. Maar er is meer aan de hand.
Het klopt dat de Moslims onze wetten niet respecteren. Zij kunnen en mogen het niet van hun godsdienst die stelt dat er geen andere wet is dan de Goddelijke en dat alle door mensen gemaakte wetten niet alleen daaraan ondergeschikt zijn, maar zelfs -als het erop aan komt- van geen kracht. Ons strafrecht heeft in hun ogen totaal geen macht over hen en alle straffen die zij als gevolg van onze wetten moeten ondergaan zijn wat hen betreft eigenlijk niet meer dan een potje “Moslim-pesten”. En dat mag niet van de Sha’ria. Bovendien zijn onze straffen veel te zacht en te vriendelijk. Wij hakken geen handen meer af bij diefstal, maar sturen de dader naar het huis van het slachtoffer om wat in de tuin te gaan werken. Wij hangen verkrachters niet op, maar geven hen een tijdje vriendelijk onderdak in Hotel Staat met gratis geneeskundige behandeling. Deze houding, die voortkomt uit de humanitaire traditie om misdadigers niet meer te beschouwen als zijnde onverbeterlijke slechteriken en om hen genoeg kansen en bijsturing te gunnen tot ze het juiste pad hebben gevonden, wordt heel anders geïnterpreteerd door onze Moslim-medeburgers. Zij zien het als de ultieme zwakte van ons systeem en ééntje die ze naar hartelust mogen -ja zelfs moeten- uitbuiten. Want zo kunnen ze telkens weer aantonen dat onze wetten machteloos staan tegenover de sterke kracht van hun eigen geloof en diens wetten.
En wanneer zo’n jonge amokmaker zich zou moeten gaan aanbieden in een plaatselijke Sha’ria-rechtbank dan is zijn zaak rap beklonken: “Allemaal in naam van de heilige strijd tegen de Goddelozen, Heer Rechtsgeleerde.” Onze jonge vriend krijgt een goedkeurend klopje op zijn hoofd en mag beschikken.
Wat we ook doen, onze rechtspraak en de daaruit voortvloeiende strafmaatregelen verstrengen, dan wel de Sha’ria toestaan voor de Moslim-medeburgers, we blijven verliezen: onze mooie humanitaire waarden -iedereen gelijk voor de wet, iedereen heeft recht op nieuwe kansen, menselijkheid boven alles- lopen het risico het onderspit te delven. Ons rechtsstelsel gaat uit van de Christelijke waarden van zondebesef, schaamte, boetedoening en vergiffenis. De Sha’ria draait, uiteindelijk, om het recht van de sterkste en om wraak. En respecteert geen enkele andere wet dan haar eigen. Wanneer we dat eindelijk gaan beseffen, zullen we dan ook gaan begrijpen dat er wel degelijk een Strijd der Beschavingen aan de gang is ?
Tags: rechtspraak, rechtsstelsel, Sha'ria